De Reddingsklos
Inleiding
De reddingsklos een eenvoudig en doeltreffend reddingsmiddel, te gebruiken bij het redden van een zichtbare en bij bewustzijn verkerende drenkeling en valt in de catergoie contactmakende reddingsmiddelen.
Beschrijving
De reddingsklos bestaat uit twee kuntstof schijven, die door middel van een kuntstof as met elkaar verbonden zijn. De klos is omwikkeld met ca. 15 meter drijvende lijn. Aan het einde van de lijn bevindt zich een niet schuivende lus ter grootte van één van de schijven. De werplijn dient zorgvuldig en zonder knopen of kinken opgerold te zijn.
Uitvoering
- Kleine reddingsklos: 10 cm doorsnee (breed 35 mm, lijn 3 mm dikte)
- Kleine reddingsklos: 12 cm doorsnee (breed 43 mm, lijn 4 mm dikte)
Kies de reddingsklos die u, als gebruiker, het prettigst in de hand ligt.
Het gebruik
Ga op de walkant staan en roep de drenkeling toe dat hij/zij geholpen zal worden. Roep hem/haar zonodig toe de armen zijwaarts in het water te bewegen en niet in de lucht te steken.
Doe de koordlus, die in de opgerolde toestand zort dat de lijn tussen de schijven opgerold blijft, om de duim van de werphand (hier de rechterhand). De handpalm is naar boven gericht. Sla de lijn vervolgens tweemaal om de hand, eerst over de handrug dan door de handpalm en dan nog een slag. De lijn loopt dan via de handpalm en vingers op de klos (zie afbeelding 1 en 2).
De reddingsklos moet in loodrechte stand worden vastgehouden, met de lijn van onderen in de hand geplaatst. De klos wordt vastgehouden door de duim aan de ene kant en de wijsvinger aan de andere kant (middelvinger aan de onderzijde, de wijsvinger aan de rechterzijde en de ringvinger aan de linkerzijde van de klos).
De werphouding is erg belangrijk, ga bij het werpen in spreid-schrede-stand (loopstand) staan. Werp de klos onderhands.
De klos zal door het werpen afrollen. Houd bij het werpen rekening met laaghangende boomtakken, de wind en de stroming. Denk ook aan de omstanders en eventuele scheepvaart. Werp zo mogelijk ruim over de drenkeling heen en roep hem/haar daarbij toe de lijn te grijpen. Trek, als de worp gelukt is, de lijn eerst een stukje terug, maak de lus los van de hand en zet een voet op het uiteinde zodat de lijn niet in het water kan verdwijnen. Haal de lijn met beide handen binnen met behulp van de hand-over-hand methode. Verlies gedurende het inhalen van de lijn de drenkeling niet uit het oog.
De kloslijn moet, eenmaal op de kant, in grote slagen worden neergelegd of in losse slagen in de hand worden genomen. Mocht de drenkeling de lijn niet hebben kunnen grijpen (misworp) dan dient men de klos snel in te halen en opnieuw te werpen met behulp van de slingertechnie. Bij de tweede worp is nooit de gehele afstand te bereiken. Ligt de klos wel in de buurt maar te ver naast de drenkeling dan kan met door enige stappen zijwaarts te lopen de lijn vaak alsnog naar de drenkeling trekken. Als dit ook niet lukt of de tijd ontbreekt, zal de redder, zorgdragend voor de eigen veiligheid, te water moeten gaan.
De reddingsklos dient na gebruik gedroogd te worden en daarna zorgvuldig, zonder knopen of kinken te worden opgerold.
Zelfbeveiliging
Zelfbeveiliging is geen teken van angst, maar van het gebruik van nuchter verstand. De reddingsklos dient te behoren tot de standaard-uitrusting van een reddingsvaartuig en bewakingspatrouilles. Aan te bevelen is dat in iedere auto een reddingsklos aanwezig is. Het gebruik vereist enige ervaring, te verkrijgen door veelvuldig oefenen.
De reddingsklos kan ook dienst doen als beveiligingslijn voor de redder bij een reddingspoging. |